Wat u moet weten
Het Speciaal Onderwijs in Nederland is ingedeeld volgens wettelijke kaders en valt voor het grootste deel onder de Wet op de Expertisecentra (WEC). Volgens de WEC wordt Speciaal Onderwijs gegeven in scholen voor Speciaal Onderwijs (SO) en scholen voor Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO). Een uitzondering op deze regel vormt het Praktijkonderwijs. Deze vorm van onderwijs behoort tot de Wet op het Voortgezet Onderwijs.
Speciaal Onderwijs wordt vervolgens onderverdeeld in vier zogenaamde clusters:
-
Cluster 1: scholen voor visueel gehandicapte kinderen, óf meervoudig
gehandicapte kinderen met deze handicap. -
Cluster 2: scholen voor dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, óf meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps.
-
Cluster 3: scholen voor lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, óf meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps.
-
Cluster 4: scholen voor moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en onderwijs aan kinderen in scholen, verbonden aan pedagogische instituten.
Per cluster (met uitzondering van cluster 1) werken alle scholen voor speciaal onderwijs in en regio samen in een regionaal expertisecentrum (rec).
Rugzakje
Sinds 2003 bestaat er in Nederland een wettelijke regeling 'Leerlinggebonden Financiering', beter bekend onder de naam 'Rugzakje'. Met de Leerlinggebonden Financiering hoeven leerlingen met een handicap niet meer noodzakelijk naar een school voor Speciaal Onderwijs te gaan. Het is ook mogelijk om te kiezen voor onderwijs op een reguliere basisschool. Zo'n leerling krijgt dan een leerlinggebonden budget toegekend, ook wel rugzakje genoemd. De extra middelen die een kind met een handicap nodig heeft om onderwijs te volgen, gaan als het ware in een rugzakje mee naar een reguliere school.
De ouders krijgen deze middelen niet zelf in handen. Ze zijn bestemd voor de school. Die kan er bijvoorbeeld extra ondersteuning voor de leerkracht, een speciale lesmethode of een aangepast bureau van betalen. Daarnaast krijgt de school altijd ondersteuning vanuit het speciale onderwijs.
Of een kind recht heeft op speciaal onderwijs, dan wel in aanmerking komt voor een leerlinggebonden financiering hangt af van objectieve, landelijke criteria.
Meer informatie over het Speciaal Onderwijs of over de Leerlinggebonden Financiering vindt u op de website van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: www.minocw.nl
