Over Autisme

Wat is autisme?

Definitie
Autisme komt van het Griekse woord 'autos' dat 'zelf' betekent. Autos verwijst naar de in zichzelf gekeerde indruk die mensen met autisme soms maken. De NVA bedoelt met autisme de verschillende aandoeningen binnen het autismespectrum.

Diverse vormen van autisme
Met autisme of autistische stoornissen worden vaak ook andere termen gebruikt, zoals klassiek autisme, de stoornis van Asperger, pervasieve en atypische ontwikkelingsstoornissen, het Multiplex Development Disorder of High Functioning Autism. Deze termen beschrijven elk een aandoening die behoort tot de autistische stoornissen. In het Engels spreekt men van Pervasive Development Disorder (PDD). Uit de naam van de stoornis blijkt niet of het gaat om een lichte of een zwaardere vorm van autisme. Alle mensen met autisme ervaren ieder voor zich hun eigen beperkingen en problemen. Soms ervaart alleen de omgeving dat iemand anders is.

Vijf subgroepen
Autistische stoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR, een systeem dat wereldwijd gebruikt wordt. Binnen deze criteria worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden:

■(klassiek) autisme
■de stoornis van Asperger
■PDD-nos
■RETT syndroom
■Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd
We weten niet precies hoeveel mensen met autisme er in Nederland zijn. Daar is namelijk geen onderzoek naar gedaan. Op basis van recente epidemiologische studies uit het buitenland gaan we ervan uit dat autisme bij 0,58 % van de bevolking voor komt.  (Bron: brochure Autisme Begrijpen, NVA)

Kenmerken Autisme

Autisme doet zich voor in verschillende vormen. Voor al deze vormen gebruikt men tegenwoordig de naam autisme spectrum stoornis, afgekort ASS.

Basiskenmerken
Voor alle kinderen die behoren tot dit spectrum zijn de basiskenmerken van autisme hetzelfde. Personen met een Autistisch Spectrum Stoornis zijn mensen van wie de ontwikkeling verstoord verloopt of verlopen is, op grond van een of meer van de volgende kenmerken:

1. Kwalitatieve beperking in het sociale contact
Een stoornis in het sociale contact uit zich met name in de sociale wederkerigheid. De aard van deze contactstoornis kan heel verschillend tot uiting komen. Sommige personen zijn heel passief en nauwelijks betrokken bij de hen omringende wereld, terwijl anderen geen afstand bewaren en vaak op bizarre claimende wijze iemands aandacht opeisen. Bovendien is zowel het inzicht in wat anderen voelen en denken als het doorzien van sociale situaties zeer beperkt.

2. Kwalitatieve beperking in de (verbale en non-verbale) communicatie
Sommige mensen met ASS spreken in het geheel niet, anderen zijn misleidend welbespraakt, met alle mogelijke tussenvormen. Het blijft voornamelijk éénrichtingsverkeer. Mimiek, gebarentaal en de pragmatiek van de communicatie zijn voor hun aspecten die moeilijk te begrijpen zijn. Het kan hun juist in verwarring brengen.

3. Kwalitatieve beperking in het verbeeldingsvermogen
Deze stoornis ( het zich onvoldoende iets kunnen voorstellen/ verbeelden en er betekenis aan kunnen verlenen) kan zich uiten in onder andere een totaal gebrek aan verbeelding, invoelingsvermogen, maar ook een teveel aan fantasie, waar het kind zich in verliest.
Het kind heeft slechts oog voor enkele objecten, onderwerpen of activiteiten. Het kan daardoor zo in beslag worden genomen of door geobsedeerd zijn, dat het kind daardoor weinig belangstelling heeft voor andere zaken, waardoor de ontwikkeling belemmerd kan worden en het isolement van het kind toeneemt.

Aanvullende informatie
Het is van belang dat genoemde kenmerken vóór het 3e levensjaar aanwezig zijn. De onderzoeker zal dan ook gericht op zoek gaan naar informatie over de fase van 0 tot 3 jaar.